Zorggroepen en huisartsenpraktijken die hun zorgzwaarte al structureel in kaart hebben, staan sterker in het gesprek met zorgverzekeraars. Ze onderbouwen ketenzorgafspraken met eigen cijfers in plaats van met landelijke gemiddelden. Praktijken die dit nog niet doen, verdelen spreekuurtijd en POH-capaciteit grotendeels op onderbuikgevoel, met het risico dat de zwaarste patiënten pas opvallen zodra het al misgaat.
Werken meerdere huisartsenpraktijken in een regio met dezelfde manier van zorgzwaarte bepalen, dan kan een Regionale Huisartsen Organisatie (RHO) capaciteit over praktijken heen verdelen en gezamenlijk onderhandelen met de zorgverzekeraar. Dat gebeurt dan op basis van de werkelijke zorgzwaarte in de regio, in plaats van op landelijke cijfers. Het Integraal Zorgakkoord vraagt precies dat, passende zorg op populatieniveau, onderbouwd met data uit de eigen praktijk.
Om te bepalen wie extra aandacht nodig heeft, bestaan verschillende aanpakken, elk met eigen sterke en zwakke punten. Sommige modellen, zoals dat van Kaiser Permanente, kijken vooral naar zorggebruik en zijn eenvoudig op te schalen, maar minder toegespitst op de individuele patiënt. Andere modellen, zoals het Johns Hopkins ACG-systeem (Adjusted Clinical Groups, een puntensysteem dat patiënten indeelt op basis van hun combinatie van diagnoses), zijn uitgebreider onderzocht, ook in Nederland, maar complexer om in te zetten en kostbaar in licenties. De ZorgZwaarteNavigator combineert de schaalbare aanpak van Kaiser Permanente met onze eigen verrijking op medicatiegebruik, ICPC-diagnoses en multimorbiditeit, om tot een methode te komen die zowel praktisch toepasbaar als patiëntspecifiek is.