Jaarruimte: zelf extra pensioen opbouwen, ook vlak voor je pensioen
Je pensioen komt in zicht. Misschien heb je je pensioenoverzicht al eens bekeken en dacht je: is dit wel genoeg? Misschien heb je een tijd parttime gewerkt, was je een paar jaar zelfstandig of verdiende je vroeger minder. Dan zit er al snel een gat in je pensioenopbouw.
Het goede nieuws is dat je dat gat zelf kunt aanvullen, met belastingvoordeel. Dat doe je via je jaarruimte. Dat kan ook nog als je pensioen al over vijf tot tien jaar begint. Je kunt zelfs ongebruikte ruimte uit eerdere jaren alsnog inhalen.
In dit artikel leggen we stap voor stap uit wat jaarruimte is, hoe je die berekent en wat je er concreet mee kunt.
Wat is jaarruimte?
Jaarruimte is het bedrag dat je per jaar mag inleggen voor extra pensioen en mag aftrekken in je belastingaangifte. Over dat bedrag betaal je nu dus geen inkomstenbelasting. Belasting betaal je pas later, als je het geld als aanvulling op je pensioen ontvangt.
Waarom bestaat dit? De overheid wil dat iedereen een redelijk pensioen kan opbouwen. Bouw je via je werkgever minder op dan fiscaal is toegestaan, dan heb je een pensioentekort. Met je jaarruimte mag je dat tekort zelf aanvullen.
Je legt het geld in via een speciaal product: een lijfrenterekening (sparen of beleggen bij een bank) of een lijfrenteverzekering. Geld op een gewone spaarrekening telt niet mee.
In het Nederlandse pensioenstelsel heet dit de derde pijler:
- Eerste pijler: de AOW van de overheid. Benieuwd wat je straks netto ontvangt? Lees hoe hoog de AOW netto per maand is.
- Tweede pijler: het pensioen dat je via je werkgever opbouwt.
- Derde pijler: wat je zelf extra regelt, zoals een lijfrente. Daar gaat jaarruimte over.
Hoe bereken je je jaarruimte?
Je jaarruimte voor 2026 bereken je met je gegevens van vorig jaar, dus 2025. Hier gaat het vaak mis. Veel mensen rekenen met hun huidige inkomen, maar de Belastingdienst kijkt naar het jaar ervoor.
De berekening gaat in vier stappen (bedragen 2026):
- Neem je bruto-inkomen uit 2025. Denk aan loon, winst als ondernemer of andere inkomsten uit werk. Inkomen boven € 137.800 telt niet mee.
- Trek de AOW-franchise van € 19.172 af. Over dat deel van je inkomen krijg je later AOW, dus daarvoor hoef je geen pensioen op te bouwen. Wat overblijft heet je premiegrondslag.
- Neem 30% van je premiegrondslag.
- Trek je pensioenopbouw bij je werkgever eraf: je factor A × 6,27.
Jaarruimte = 30% × (inkomen − € 19.172) − (6,27 × factor A)
In 2026 is je jaarruimte nooit hoger dan € 35.589. Alle bedragen vind je in het overzicht cijfers levensverzekeringen 2026 van de Belastingdienst.
Wat is factor A?
Factor A laat zien hoeveel pensioen je in een jaar via je werkgever hebt opgebouwd. Hoe meer pensioen je werkgever voor je opbouwt, hoe hoger je factor A. En hoe hoger je factor A, hoe minder jaarruimte er overblijft. Factor A en jaarruimte zijn dus niet hetzelfde: factor A is één onderdeel van de berekening.
Je factor A staat op je Uniform Pensioenoverzicht (UPO). Dat stuurt je pensioenfonds elk jaar, meestal in het voorjaar. Kun je het niet vinden? Op MijnPensioenoverzicht.nl zie je bij welk fonds je pensioen opbouwt. Dat fonds kan je UPO opnieuw sturen. Ben je in een jaar van werkgever gewisseld? Tel dan de factor A van beide UPO’s bij elkaar op.
Drie voorbeelden
Kees, Marion en Ahmed verdienden in 2025 alle drie € 50.000 bruto. Hun premiegrondslag is € 30.828. Daarvan is 30% € 9.248. Toch verschilt hun jaarruimte flink:
| Situatie | Factor A 2025 | Aftrek (× 6,27) | Jaarruimte 2026 |
|---|---|---|---|
| KeesVolledige pensioenregeling bij zijn werkgever | € 2.000 | € 12.540 | € 0 |
| MarionKleine pensioenregeling bij haar werkgever | € 800 | € 5.016 | € 4.232 |
| AhmedZelfstandig ondernemer, geen werkgeverspensioen | € 0 | € 0 | € 9.248 |
Bij een bruto-inkomen van € 50.000 in 2025 (premiegrondslag € 30.828, 30% = € 9.248). Jaarruimte = 30% × (inkomen − € 19.172) − (6,27 × factor A). Is de uitkomst negatief, dan is je jaarruimte € 0.
Wat laten deze voorbeelden zien? Werk je al jaren bij een werkgever met een goede pensioenregeling, dan heb je vaak weinig of geen jaarruimte. Jaarruimte is vooral interessant als er een gat in je opbouw zit. Bijvoorbeeld omdat je (een tijd) zelfstandig was, je werkgever geen of een kleine regeling had, of je inkomen boven de grens ligt tot waar je werkgever pensioen opbouwt.
Let op: door de nieuwe pensioenwet (Wet toekomst pensioenen) stappen veel pensioenfondsen over op een nieuwe regeling. Daarna wordt je opbouw niet meer met factor A berekend, maar op basis van de ingelegde premie. Je pensioenfonds geeft je het juiste bedrag door. Wil je weten wat de nieuwe wet verder voor jou betekent? Lees wat het nieuwe pensioenstelsel betekent voor zestigers.
Heeft het nog zin als je pensioen over 5 tot 10 jaar begint?
Ja, vaak juist wel. Het grootste voordeel zit voor jou niet in jarenlang rendement, maar in het verschil in belastingtarief tussen nu en later.
Zolang je werkt, trek je je inleg af tegen je huidige tarief. Bij een inkomen tussen ongeveer € 38.900 en € 78.400 is dat in 2026 37,56%, daarboven 49,5%. Na je AOW-leeftijd betaal je geen AOW-premie meer. Het tarief in de eerste belastingschijf daalt dan naar 17,85% (zie de tarieven 2026 bij de Belastingdienst). Valt je uitkering later in die schijf? Dan scheelt dat flink.
Neem Marion. Legt zij haar jaarruimte van € 4.232 in, dan krijgt ze ongeveer € 1.590 belasting terug (37,56%). Ontvangt ze dat bedrag later als aanvulling op haar pensioen, dan betaalt ze er naar verwachting zo’n 18% over. Dat verschil houdt ze over, nog los van eventueel rendement.
Er zijn nog meer redenen waarom jaarruimte in deze levensfase interessant is:
- Je kunt langer doorgaan dan je denkt. Heb je nog inkomen uit werk, dan mag je tot vijf jaar na je AOW-leeftijd blijven inleggen. Vroeger stopte dat bij de AOW-leeftijd.
- Je inkomen is vaak het hoogst in je laatste werkjaren. Dan is je belastingteruggave ook het grootst.
- Er is vaak meer ruimte. De kinderen zijn de deur uit en de hypotheek is lager. Zo kun je makkelijker iets opzij zetten.
- Je ziet nu waar de gaten zitten. Op je pensioenoverzicht zie je wat je straks krijgt. Daardoor kun je gericht aanvullen. Twijfel je wat genoeg is? Lees wat een redelijk netto pensioen is.
Waar moet je op letten?
- Het geld staat vast. Je krijgt het later uitgekeerd in termijnen, niet in één keer. De uitkering duurt minstens vijf jaar. Neem je het eerder op (afkopen), dan betaal je extra belasting. Dat is anders dan bij je werkgeverspensioen: lees of je straks 10% van je pensioen in één keer mag opnemen.
- Kort tijdspad, dus minder risico. Met 5 tot 10 jaar te gaan is beleggen in aandelen spannender. Bij een koersdaling heb je minder tijd om het verlies in te halen. Lijfrentesparen, of beleggen dat automatisch voorzichtiger wordt richting je pensioendatum, past dan vaak beter.
- Toeslagen en kortingen. Een extra uitkering na je pensioen verhoogt je inkomen. Dat kan gevolgen hebben voor bijvoorbeeld je zorgtoeslag of heffingskortingen. Reken dat vooraf even door.
- Houd een buffer aan. Zet niet al je spaargeld vast. Zorg dat je onverwachte uitgaven nog kunt betalen.
Kan het met terugwerkende kracht?
Ja, tot tien jaar terug. Heb je in eerdere jaren je jaarruimte niet (helemaal) gebruikt? Dan mag je dat alsnog doen. Dat heet reserveringsruimte. In 2026 kun je de ongebruikte ruimte uit 2016 tot en met 2025 inhalen.
Sta je 5 tot 10 jaar voor je pensioen? Dan is dit vaak je belangrijkste kans. Denk aan een periode als zelfstandige, jaren zonder pensioenregeling of jaren waarin je parttime werkte en weinig opbouwde. Die ruimte is niet verloren.
Zo werkt het in de praktijk:
- Je mag in 2026 maximaal € 42.753 aan reserveringsruimte gebruiken. Heb je meer ruimte opgebouwd? Spreid het dan over meerdere jaren.
- Je betaalt de inleg nu en trekt hem af in de aangifte over het jaar waarin je betaalt. Je oude belastingaangiftes worden dus niet aangepast.
- Je rekent de jaarruimte van elk oud jaar zelf uit, met de gegevens van het jaar daarvoor. Let op: in eerdere jaren golden andere percentages en bedragen. De Belastingdienst vult dit niet automatisch voor je in. Bewaar je berekening en je oude UPO’s dus goed.
- Je kunt in hetzelfde jaar zowel je gewone jaarruimte als je reserveringsruimte gebruiken.
Belangrijke deadline: 31 december. Wil je de ruimte over 2026 gebruiken? Dan moet het geld uiterlijk 31 december 2026 op je lijfrenterekening staan. De oude regel dat je nog tot 1 april van het volgende jaar mocht betalen, bestaat al lang niet meer.
En vergeet niet: de oudste ruimte vervalt. In 2027 kun je de ruimte uit 2016 niet meer gebruiken. Wachten kost dus geld.
Wat kun je nu concreet doen?
Het uitzoeken kost één keer wat tijd. Daarna is het elk jaar een kwartiertje werk. Zo pak je het aan:
- Verzamel je gegevens. Zoek je jaaropgaven en UPO’s van de afgelopen jaren op. Kijk op MijnPensioenoverzicht.nl wat je straks ongeveer aan pensioen krijgt.
- Bereken je jaarruimte. Gebruik het hulpmiddel lijfrentepremie van de Belastingdienst of de rekenhulp van een lijfrenteaanbieder. Doe het voor dit jaar. Denk je dat je gaten hebt? Reken dan ook de afgelopen tien jaar door.
- Bepaal hoeveel je kunt missen. Je hoeft niet het maximum in te leggen. Kies een bedrag dat past bij je buffer en je andere plannen.
- Kies een product dat bij je tijdspad past. Met 5 tot 10 jaar te gaan is sparen of voorzichtig beleggen vaak verstandiger dan veel risico nemen. Let ook op de kosten.
- Leg in vóór 31 december. Maandelijks inleggen kan ook. Dan spreid je het over het jaar.
- Vul het in bij je belastingaangifte. Geef je inleg, je jaarruimte en eventueel je reserveringsruimte op. Bewaar je berekening voor als de Belastingdienst ernaar vraagt.
- Herhaal dit elk jaar. Je inkomen en je pensioenopbouw veranderen, en je jaarruimte dus ook.
Twijfel je? Een onafhankelijk financieel planner kan je jaar- en reserveringsruimte precies voor je uitrekenen en met je meekijken of het in jouw situatie loont. Meer tips over geldzaken lees je in Met pensioen: de (financiële) voorbereiding en zeven tips voor een financieel gezonde pensioentijd.
Geld is één kant van je pensioen
Jaarruimte is een praktische manier om een gat in je pensioen te dichten, met belastingvoordeel. Ook als je pensioen al over een paar jaar begint, kan het je honderden tot duizenden euro’s opleveren. Zeker als je een periode zonder (volledige) pensioenopbouw hebt gehad.
Toch is geld maar één kant van een goede overstap naar je pensioen. Hoe wil je je tijd invullen? Waar krijg je energie van? En hoe ziet jouw ideale balans tussen rust, werk, familie en betekenis eruit?
Daar kijken we samen naar in de training Pensioen in Zicht®. Aan de hand van het Nieuwe Balans Model bekijk je het hele plaatje: je dagritme, je gezondheid, je relaties en je financiën. In de training PIZ Goed Geregeld neemt een financieel expert je mee in de nieuwe pensioenwet, je budget en je pensioenplanning. Zo stap je goed voorbereid je nieuwe levensfase in.
Misschien vergoedt je werkgever de training zelfs. Doe de CAO-check en kijk meteen in de trainingskalender welke datum bij je past.
Dit artikel bevat algemene informatie en is geen persoonlijk financieel of fiscaal advies. De bedragen gelden voor 2026 en veranderen elk jaar.
Deel dit artikel!
Gratis deelnemen aan een PIZ training?
Doe de Pensioen in Zicht® CAO check!
Een Pensioen in Zicht® training hoeft je niets te kosten. Vanuit de CAO is er vaak een vergoeding beschikbaar.
Wij hebben in een uitgebreide database alle CAO’s in kaart gebracht. In welke branche je ook werkzaam bent, wij weten precies waar jij recht op hebt.
We vertellen je graag waar jij op kunt rekenen, zo weet je precies waar je aan toe bent. Handig toch?!

